donderdag 24 april 2014

Dekken lagen vol met Titanic-doden'

Het wordt vaak vergeten dat het verhaal van de Titanic niet eindigde toen het schip om 2.20 uur op 15 april 1912 in de golven verdween. Zelfs nadat de ruim 700 overlevenden waren opgepikt door het schip de Carpathia, restte er nog een gruwelijke taak: de berging van de 1500 mensen die geen plaatsje hadden weten te veroveren in een reddingsboot.
Die taak viel toe aan de bemanning van de Mackay-Bennett. In de nieuwe bloemlezing 'Voices from the Titanic' wordt uitgebreid verteld over de ervaringen van de bemanning.
Terwijl die boot met honderd lijkkisten en balsemvloeistof opstoomde naar de onheilsplek, ontdekten passerende schepen grote groepen lijken in het water. "We zagen een vrouw in pyjama met een baby aan haar borst geklemd", schreef een opvarende geschokt. "Een andere vrouw was volledig gekleed en had haar hondje nog vastgeklampt."

'Grote pop'

De Mackay-Bennett ontdekte de eerste lichamen in het water twee dagen nadat de Carpathia de overlevenden naar New York had gebracht. Het eerste slachtoffer dat werd binnengehaald was een kind van een jaar of tien, dat "als een grote pop" in het water dreef.
"Zo ver als je kon zien dreven lichamen. We begonnen lichamen binnen te halen om 6.30 en om 18.15 hadden we 128 lichamen opgepikt. De dekken lagen er vol mee."
Het was moeilijk werk om de dode last, loodzwaar van de doordrenkte kleren, in de ijzige kou aan boord te hijsen. Eenmaal aan boord werden de zakken van de drenkelingen doorzocht op spullen die identificatie zouden vergemakkelijken. Het lichaam en de kleren werden beschreven en daarna in een canvas lijkzak genaaid.

Vlees en tabak

"Je kon zien dat men de tijd had gehad om zich voor te bereiden", zei kapitein Lardner later. "Sommigen hadden hun pyjama aan en twee of drie overhemden, twee broeken, een colbert en een overjas. In sommige zakken vonden we vlees of biscuitjes, bij de bemanning was het vooral tabak en lucifers." John Jacob Astor, de rijkste man aan boord, werd gevonden met ruim 2400 dollar aan contanten. Zijn gouden horloge was gestopt op het moment dat hij in het water terechtgekomen was.
Lichamen die geïdentificeerd konden worden, werden gebalsemd om mee terug te nemen naar het vaste land. Lijken die verminkt waren toen het schip zonk, kregen een zeemansgraf. Grote stukken ijzer werden in de lijkzakken genaaid om het lichaam snel te doen zinken.
In totaal werden er uiteindelijk 328 drenkelingen geborgen, waarvan 306 door de Mackay-Bennett. "Ik denk dat de meeste lichamen zich nog in het schip bevinden", oordeelde kapitein Lardner. "Toen de Titanic zonk, stroomde het water met grote kracht het schip in en drukte de opvarenden tegen de scheepswand."

Our babe

Dat er relatief veel bemanningsleden werden geborgen, kwam volgens Lardner door hun ervaring met de oceaan. "Waarschijnlijk zijn ze van het schip gesprongen voordat het zonk. Ze wisten hoe gevaarlijk het zou zijn bij het schip te blijven."
Na tien dagen speuren keerde de Mackay-Bennett terug naar Halifax met zijn lugubere lading. In de haven stonden 500 mensen te wachten om de lichamen te identificeren. Bij wie dat niet gebeurde, volgde een anoniem graf.
De bemanning van het schip betaalde voor de steen op het graf van een jongetje van 2 dat door niemand geclaimd werd. Ze gaven hem een hanger mee met 'Our babe' erop gegraveerd.


1 opmerking:

Emanuela Valenza zei

Very impressive and heartwarming images and words that are written in your blog. thanks
Manu
http://miniaturemanulab.blogspot.it/